Afspraken maak je als het zonnig is

Een nieuw college heeft soms iets van een huwelijk.
Vol goede intenties begin je samen aan een bestuursperiode. Met energie, ambitie en vertrouwen.
Soms is er direct een klik. Soms moet die nog groeien.
Maar ergens weet je ook: er komen momenten waarop het schuurt.

Een lastig dossier. Een financiële tegenvaller. Druk vanuit de raad. Een incident. Media-aandacht. Verschillende politieke belangen. Het hoort allemaal bij het vak.

En toch besteden we aan het begin van een bestuursperiode vaak veel aandacht aan de inhoudelijke agenda en relatief weinig aan de samenwerking zelf.

Dat vind ik opmerkelijk.
Want uiteindelijk bepaalt niet alleen wát een college wil bereiken het succes van een bestuursperiode. Minstens zo bepalend is hóe bestuurders met elkaar samenwerken wanneer het spannend wordt.

De wittebroodsweken

In de eerste maanden van een nieuw college is er vaak veel goodwill.
Mensen gunnen elkaar het voordeel van de twijfel. Er is energie, nieuwsgierigheid en de wil om er samen iets moois van te maken. Dat maakt deze periode bijzonder waardevol.
Juist omdat de onderlinge verhoudingen nog niet zijn vastgelegd.

Patronen zijn nog niet ingesleten. Aannames nog niet bevestigd.
Het is de fase waarin de basis wordt gelegd voor de jaren die volgen.
En precies daarom geloof ik dat deze periode meer aandacht verdient dan zij vaak krijgt.

Waarvoor staan we samen aan de lat?

In de begeleiding van nieuwe colleges begin ik daarom niet bij de inhoud.
Ik begin bij een andere vraag: Waar staan jullie eigenlijk samen voor aan de lat?
Wat moet jullie samenwerking opleveren?

Dat lijkt een eenvoudige vraag. Totdat je hem stelt..
Dan blijkt dat bestuurders vaak verschillende beelden hebben van wat zij gezamenlijk willen bereiken. En van wat collegiaal bestuur eigenlijk betekent. Wanneer ben je primair portefeuillehouder? Wanneer ben je collegelid? Wanneer spreek je namens jezelf? Wanneer namens het college? Wanneer namens je fractie? En wat verwachten we daarin van elkaar? Juist deze gesprekken maken zichtbaar wat impliciet aanwezig is.

Een college is meer dan een verzameling portefeuilles

Iedere bestuurder heeft een eigen portefeuille. Een eigen achterban. Een eigen politieke geschiedenis.
Dat is logisch en waardevol.

Tegelijkertijd vraagt collegiaal bestuur iets extra’s. Het vraagt het vermogen om het gezamenlijke belang boven het individuele belang te plaatsen wanneer dat nodig is.
Dat klinkt vanzelfsprekend. Maar juist onder druk wordt zichtbaar hoe ingewikkeld dat soms is.
Daarom helpt het om daar vroegtijdig woorden aan te geven. Niet wanneer de eerste crisis zich aandient.
Maar juist wanneer het nog rustig is.

Gedrag onder druk

Na gesprekken over doelen, rollen en verantwoordelijkheden komt vaak de belangrijkste vraag:
Welk gedrag helpt ons om onze gezamenlijke doelen te bereiken? En welk gedrag helpt niet?
Hoe ziet dat er in de praktijk uit? Hoe informeren we elkaar? Hoe gaan we om met verschillen van inzicht?
Hoe spreken we elkaar aan? Wat doen we als een portefeuille onder druk staat? Wat verwachten we van elkaar wanneer de media zich melden?

Dat zijn geen theoretische vragen. Het zijn de vragen die bepalen hoe een college functioneert wanneer de spanning oploopt.

Afspraken maak je als het nog zonnig is

Bij een huwelijk maak je niet pas afspraken wanneer de relatie onder druk staat. Dat doe je juist aan de start. Wanneer er vertrouwen is. Wanneer mensen bereid zijn naar elkaar te luisteren.

Voor colleges geldt precies hetzelfde. De wittebroodsweken zijn niet alleen een periode om elkaar te leren kennen.
Ze zijn ook een kans om samen bewust te bouwen aan het fundament onder de samenwerking.
Want uiteindelijk zijn het vaak niet de inhoudelijke verschillen die problemen veroorzaken.
Het zijn de onuitgesproken verwachtingen.

De echte start van een bestuursperiode

Misschien begint een bestuursperiode daarom niet bij het coalitieakkoord. Niet bij de portefeuilleverdeling.
En zelfs niet bij de installatie. Misschien begint zij bij een veel eenvoudigere vraag:
Hoe willen wij met elkaar samenwerken als het spannend wordt?

Juist die gesprekken aan het begin werken vaak nog jaren door.
En misschien zijn de wittebroodsweken daarom wel belangrijker dan we denken.